Van verlatenheid terug naar Eden
De weg terug naar huis, terug naar de Vader.
Er is een vraag die mij de laatste tijd diep bezighoudt. Een vraag die misschien simpel lijkt, maar die, hoe langer ik erover nadenk, hoe dieper hij wordt. Het is een vraag die niet alleen theologisch is, maar persoonlijk, existentieel, rauw.
De vraag is: Werd Jezus écht door God verlaten aan het kruis?
Ik heb die tekst zovelen keren gehoord en gelezen:
En eerlijk gezegd voelde het altijd een beetje dubbel. Aan de ene kant is het aangrijpend, hartverscheurend zelfs. Het laat de diepte van het lijden zien. Maar aan de andere kant riep het ook verwarring bij mij op. Want… hoe kan God Zichzelf verlaten? Hoe kan de Vader Zich losmaken van de Zoon als Zij één zijn? Hoe kan de Drie-eenheid breken zonder dat God ophoudt God te zijn?
Jezus zei immers Zelf:
“Ik en de Vader zijn één.”
“Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien.”
“De Vader is in Mij en Ik ben in de Vader.”
“De Vader is altijd bij Mij.”
En de Bijbel zegt ook:
Dus hoe combineer je dat met die roep van verlatenheid?
Werd Hij nu werkelijk verlaten… of niet?
Die vraag liet mij niet meer los.
En terwijl ik begon te zoeken in de Bijbel, begon ik iets te zien wat mij dieper raakte dan ik had verwacht. Het bracht mij helemaal terug naar het begin. Terug naar Eden.
In het begin was er geen verlatenheid
In de hof van Eden was er geen angst. Geen schaamte. Geen schuld. Geen afstand. Adam en Eva wandelden met God. Niet als een taak. Niet als een religieuze plicht. Maar als iets natuurlijks. Zoals een kind loopt naast zijn vader. Zonder twijfel over wie hij is. Zonder angst om afgewezen te worden. Zonder twijfel of hij wel welkom is.
God was dichtbij. Aanwezig. Bekend. Veilig.
Er was niets tussen hen in.
Totdat de zonde zijn intrede deed.
Het was niet zomaar een fout. Het was niet alleen ongehoorzaamheid. Het was een breuk in relatie. Met dat ene moment kwam er iets de wereld in wat nooit bedoeld was: scheiding.
Scheiding tussen mens en God.
Scheiding tussen mens en zichzelf.
Scheiding tussen mens en de schepping.
En meteen daarna gebeurde iets wat mij altijd heeft geraakt:
God wist waar Adam was. Hij wist precies waar hij zich had verstopt. Maar Hij stelde toch die vraag.
En ineens zag ik het: dit was geen boze God die iemand op het matje riep. Dit was het hart van een Vader die Zijn kind kwijt was.
“Waar ben je?”
Niet: wat heb je gedaan?
Niet: hoe kon je dit doen?
Maar: waar ben je?
En misschien is dat wel de diepste vraag in heel de Bijbel. Niet alleen aan Adam, maar aan elke mens sinds dat moment.
Sinds Eden draagt de mens een gevoel van verlatenheid in zich. Een leegte. Een gemis. Een verlangen naar thuiskomen, ook al kan hij het vaak niet benoemen.
De mens raakte niet alleen een tuin kwijt. Hij raakte de nabijheid van de Vader kwijt.
En precies dáár begint de weg naar het kruis.
De roep van Jezus aan het kruis
Toen ik deze context begon te zien, kreeg de roep van Jezus aan het kruis een heel andere lading.
Ik begon te beseffen: hier gaat het niet alleen over dat ene moment op Golgotha. Hier gaat het over alles wat sinds Eden mis is gegaan. Over de hele geschiedenis van de mensheid. Over de afstand. Over de eenzaamheid. Over de breuk.
En daar, aan het kruis, hangt niet zomaar een mens.
Daar hangt God de Zoon.
De tweede Adam.
Degene door wie alles geschapen is.
Degene in wie alles bestaat.
En toch roept Hij die woorden.
Ik begon steeds helderder te zien: Jezus werd niet verlaten in Zijn wezen, in Zijn identiteit, in Zijn verbondenheid met de Vader. Dat kan gewoon niet. God kan Zichzelf niet verlaten. De Drie-eenheid kan niet breken.
Maar wat Hij wél deed… was misschien nog dieper, nog radicaler, nog liefdevoller.
De Bijbel zegt:
Jezus werd geen zondaar in Zijn karakter. Hij bleef volmaakt, zuiver, zonder zonde. Maar onze zonde werd op Hem gelegd. Onze schuld werd op Hem gelegd. Onze breuk werd op Hem gelegd.
En zonde doet altijd iets: zonde brengt afstand. Zonde brengt scheiding. Zonde brengt verlatenheid.
Toen Jezus daar hing, droeg Hij niet Zijn eigen verlatenheid. Hij droeg onze verlatenheid. De verlatenheid van Adam. De eenzaamheid van Eva. De pijn van elke mens die zich ooit ongezien, ongewenst of alleen heeft gevoeld.
Hij ging volledig in de positie van een mens zonder God staan – terwijl Hij Zelf God bleef.
En plotseling begon ik het te begrijpen:
Hij werd niet letterlijk verlaten door de Vader.
Maar Hij ervaarde de volledige verlatenheid van de mens – in mijn plaats, in jouw plaats.
Hij nam die ervaring op Zich zodat wij die nooit meer zouden hoeven te dragen.
En dat besef… raakte me diep.
Omdat Hij die verlatenheid droeg, zal ik nooit meer verlaten worden
De Bijbel zegt:
En:
Ik heb deze teksten zo vaak gehoord. Maar ineens kregen ze een totaal nieuwe diepte.
Deze woorden kunnen alleen waar zijn…
omdat Jezus het tegendeel heeft gedragen.
Hij droeg het verlaten-zijn,
zodat ik nooit meer verlaten hoef te zijn.
Hij droeg de eenzaamheid,
zodat ik nooit meer alleen hoef te staan.
Hij ging door de duisternis,
zodat ik altijd in het licht mag leven.
Zelfs als het zo voelt, zelfs als mijn emoties iets anders vertellen, zelfs als mijn verleden mij iets anders influistert… de waarheid blijft staan:
Ik ben niet verlaten. Ik bén nooit meer verlaten.
Niet omdat ik zo sterk ben.
Maar omdat Hij zo diep is gegaan.
Het hart van de Vader werd zichtbaar
Terwijl ik hierover nadacht, begon ik nog iets te zien. Ik zag niet alleen het kruis. Ik zag het Vaderhart daarachter.
Toen Adam zich verstopte, zocht God hem.
Toen mensen afdwaalden, bleef God spreken.
Toen de wereld brak, stuurde God Zijn Zoon.
Niet om te straffen.
Niet om af te rekenen.
Maar om te herstellen.
Dit is niet zomaar een bekende tekst. Dit is het kloppende hart van het universum. Dit is de diepste waarheid die er is:
God is liefde.
En liefde laat niet los.
Liefde zoekt.
Liefde herstelt.
Liefde gaat tot het uiterste.
Jezus hing niet aan het kruis met wrok in Zijn hart, maar met liefde.
“Vader, vergeef het hun…”
Dat zijn geen woorden van afstand.
Dat zijn woorden van verlangen naar herstel.
En ik besefte: het kruis is geen plek waar God zich van de mens afwendde. Het is de plek waar God Zichzelf tot het uiterste gaf om de mens terug te winnen.
Niet alleen vergeving, maar genezing
Toen ik verder zocht, zag ik dat Jezus nog veel meer droeg dan alleen zonde.
Hij droeg niet alleen schuld.
Hij droeg ook:
- pijn
- trauma
- afwijzing
- gebrokenheid
- schaamte
- ziekte
- innerlijke verwarring
Zijn werk ging dieper dan alleen “vergeven worden”. Hij kwam om heelheid te herstellen. Geestelijk, emotioneel én lichamelijk.
Niet altijd in één moment.
Niet altijd op onze manier.
Maar altijd vanuit Zijn hart.
Toen ik dat besefte, zag ik het kruis niet langer alleen als een plek van dood, maar ook als een plek van genezing, van herstel, van nieuw begin.
Mijn identiteit werd hersteld
Zonde vervormt wie je bent. Verlatenheid fluistert leugens in je hart:
Je bent niet goed genoeg.
Je bent te veel.
Je bent te weinig.
Je hoort er niet bij.
Misschien heb jij dat ook wel eens gevoeld.
Maar in Christus klinkt een totaal andere stem:
Kinderen.
Geen wezen zonder thuis.
Geen slaaf zonder toekomst.
Geen verloren mens zonder naam.
Maar zonen en dochters. Geliefd. Gewild. Gekend.
De Vader zegt niet: “Word beter.”
Hij zegt: “Jij bent van Mij.”
En een kind wordt niet verlaten.
Dat besef begon iets in mij te genezen dat dieper zat dan ik ooit had gerealiseerd.
De weg terug naar Eden is open
Toen Jezus stierf, scheurde het voorhangsel in de tempel:
Wat ooit scheiding was, werd opengebroken. De weg naar God werd vrijgemaakt. De afstand werd opgeheven.
En aan het einde van de Bijbel zie ik opnieuw een tuin:
De Bijbel begint in een tuin.
En hij eindigt in een tuin.
Niet toevallig.
Maar omdat God altijd dat oorspronkelijke plan heeft gehad:
nabijheid, gemeenschap, verbondenheid, leven.
Wat verloren ging in Eden,
werd hersteld door Jezus.
En nu sta ik hier…
Met deze inzichten.
Met dit diepe besef.
Met dit Vaderhart dat mij raakt.
Misschien herken jij dat gevoel van verlatenheid ook. Misschien draag jij pijn, teleurstelling, schaamte, een verleden waar niemand bij was behalve jij.
Maar vandaag klinkt diezelfde stem als in de hof:
“Waar ben je?”
Niet om je te veroordelen.
Maar om je thuis te halen.
En ik weet één ding zeker:
Omdat Hij die verlatenheid droeg… ben jij nooit meer alleen.
De weg terug naar Eden ligt niet in perfectie.
Niet in prestaties.
Niet in religie.
Maar in overgave.
In thuiskomen.
In Zijn armen.
Van verlatenheid…
terug naar de Vader…
terug naar huis.