Deel 4 — Wat zijn je woorden waard?
Er zijn van die momenten waarop je iets hebt gezegd en eigenlijk meteen weet: dit was niet helemaal eerlijk.
Misschien was het geen keiharde leugen. Je hebt alleen een klein stukje van het verhaal weggelaten. De waarheid nét iets mooier gemaakt. Een situatie zo verteld dat jij er zelf wat beter vanaf kwam. Of je hebt iets beloofd terwijl je diep vanbinnen al wist dat de kans groot was dat je het niet zou doen.
Voor de buitenwereld lijkt het misschien onschuldig. En zelf kunnen we er vaak ook behoorlijk goed in zijn om zulke dingen goed te praten.
Het verhaal klopt toch grotendeels?
Ik wilde hem gewoon niet kwetsen.
Ik heb toch nergens letterlijk over gelogen?
Maar ergens vanbinnen weet je het.
Dit was niet helemaal oprecht.
Ik denk dat integriteit juist op zulke momenten heel dichtbij komt. Want integriteit gaat voor mij steeds meer over één geheel zijn. Dat wat er in mijn hart leeft, wat ik zeg en hoe ik uiteindelijk handel met elkaar overeenkomen.
En daar horen onze woorden absoluut bij.
Jezus zegt daar iets over wat eigenlijk zo eenvoudig is dat er weinig ruimte overblijft om ons erachter te verschuilen:
“Laat uw woord ja echter ja zijn en uw nee nee; wat hierboven uitgaat, is uit de boze.”
(Matteüs 5:37)
Ja is ja.
Nee is nee.
Eigenlijk heel simpel.
Maar als ik eerlijk naar mijn eigen leven kijk, moet ik toegeven dat het soms helemaal niet zo eenvoudig is om ook werkelijk zo te leven.
Hoeveel is jouw woord waard?
Vroeger werd weleens gezegd: een man een man, een woord een woord.
Ik vind dat eigenlijk een prachtige uitspraak.
Want stel dat iemand over jou zou zeggen: “Als hij het zegt, dan weet ik dat het goed zit.”
Wat een getuigenis zou dat zijn.
Dat je vrouw op jouw woorden kan vertrouwen. Dat je kinderen weten dat papa doet wat hij belooft. Dat vrienden niet hoeven te twijfelen of je hetzelfde tegen hen zegt als tegen iemand anders. Dat je werkgever weet dat je eerlijk bent over je werk. Dat mensen binnen de kerk of gemeente weten dat jouw woorden geen toneelstuk zijn.
Dan hebben je woorden gewicht.
Dat betekent natuurlijk niet dat je nooit iets vergeet. Dat je nooit ergens op terug hoeft te komen. Dat je iedere afspraak die je ooit hebt gemaakt onder alle omstandigheden kunt nakomen. Soms veranderen situaties. Soms overschatten we onszelf. Soms beloven we iets met de beste intenties en blijkt het later gewoon niet haalbaar.
Juist dan komt integriteit opnieuw om de hoek kijken.
Durf je terug te gaan?
Durf je te zeggen: “Ik heb dit beloofd, maar ik kan het niet waarmaken. Het spijt me.”
Dat kost soms meer moed dan een smoes bedenken.
Want een smoes beschermt even je imago. Eerlijkheid laat zien wie je werkelijk bent.
En uiteindelijk denk ik dat mensen veel meer hebben aan een man die eerlijk terugkomt op zijn woorden dan aan iemand die koste wat kost probeert vol te houden dat hij niets verkeerd heeft gedaan.
De halve waarheid
Er bestaat ook zoiets als liegen zonder letterlijk te liegen.
Dat klinkt misschien vreemd, maar volgens mij weten we allemaal precies wat daarmee bedoeld wordt.
Je vertelt alleen het gedeelte dat jou goed uitkomt.
Je laat een detail weg waarvan je weet dat het de ander een heel ander beeld van de situatie zou geven.
Je antwoordt technisch gezien naar waarheid, terwijl je ondertussen heel goed weet dat de ander iets anders begrijpt.
Of je draait een verhaal nét genoeg zodat jouw aandeel kleiner lijkt en dat van de ander groter.
Ik herken dat ook uit mijn eigen leven.
Zeker in periodes waarin ik dingen verborgen hield, werd ik daar behoorlijk goed in. Je leert antwoorden geven waarmee je eigenlijk niets zegt. Je leert om dingen heen praten. Je voelt precies aan hoeveel je kunt vertellen zonder dat iemand verder gaat vragen.
En iedere keer dat je dat doet, gebeurt er iets met jezelf.
Je raakt gewend aan een verschil tussen wat werkelijk waar is en wat je anderen laat geloven.
Dat is gevaarlijk.
Want op een gegeven moment hoef je niet eens meer bewust te denken: nu ga ik liegen.
Het wordt een patroon.
Daarom vind ik deze woorden uit Spreuken zo sterk:
“Valse lippen zijn voor de HEERE een gruwel, maar wie betrouwbaar handelen, zijn Hem welgevallig.”
(Spreuken 12:22)
Dat tweede gedeelte raakt mij misschien nog wel het meest:
wie betrouwbaar handelen.
Het gaat verder dan alleen de waarheid spreken. Betrouwbaarheid wordt zichtbaar in je hele manier van leven.
Je woorden en je daden gaan bij elkaar horen.
Waarom maken we de waarheid soms mooier?
Als je er dieper naar kijkt, zit er vaak iets onder.
Angst om afgewezen te worden. Schaamte. Trots. De behoefte om goed gevonden te worden. Angst voor de gevolgen van wat we hebben gedaan. Of simpelweg de wens om controle te houden over het beeld dat anderen van ons hebben.
Dat laatste herken ik vanuit mijn eigen verleden heel goed.
Wanneer je zelf bepaalt welk gedeelte van de waarheid iemand te zien krijgt, kun je ook proberen te bepalen hoe diegene over jou denkt.
En precies daar raken woorden opnieuw aan integriteit.
Want wil ik dat mensen mij kennen zoals ik werkelijk ben? Of wil ik vooral dat ze een bepaald beeld van mij hebben?
Dat is soms een confronterende vraag.
Ook als christen.
Misschien juist als christen.
Want ook binnen geloof kun je een beeld neerzetten. Je kunt de juiste dingen zeggen, de juiste woorden gebruiken, vertellen hoe goed het met je gaat en ondertussen een heel ander gevecht voeren.
Ik heb in de eerdere delen van deze serie al geschreven over maskers, een dubbel leven en mijn eigen worstelingen. Daar kwam uiteindelijk steeds hetzelfde terug: vrijheid begon toen ik eerlijk werd.
Eerst naar God.
Daarna ook naar de mensen om mij heen.
En dat geldt net zo goed voor onze woorden.
God kent het hele verhaal al
Een van de dingen die mij geholpen heeft om eerlijker te worden, is eigenlijk heel eenvoudig:
God weet het toch al.
Ik hoef tegenover Hem niets mooier te maken.
Ik hoef mijn aandeel in een situatie niet kleiner te maken. Ik hoef mijn woorden te kiezen zodat Hij misschien een betere indruk van mij krijgt. Ik hoef niet eerst een nette versie van mijn verhaal te maken voordat ik bij Hem kom.
Hij kent mijn hart.
Psalm 139 zegt:
“HEERE, U doorgrondt en kent mij. Ú kent mijn zitten en mijn opstaan, U begrijpt van verre mijn gedachten. U onderzoekt mijn gaan en mijn liggen, U bent met al mijn wegen vertrouwd. Al is er nog geen woord op mijn tong, zie, HEERE, U weet het alles.”
(Psalm 139:1-4)
Ik vind dat ergens ontzettend bevrijdend.
Omdat Hij mij toch al helemaal kent, mag ik eerlijk tegenover Hem zijn.
En hoe meer ik dat bij Hem leer, hoe makkelijker het ook wordt om eerlijk te zijn naar anderen.
Je hoeft jezelf minder te verdedigen.
Je hoeft minder verhalen recht te praten.
Je kunt gewoon zeggen: “Dit heb ik gedaan.”
Of: “Dit heb ik gezegd en dat was verkeerd.”
Of misschien nog moeilijker:
“Ik had ongelijk.”
Dat zijn soms maar drie woorden.
Maar voor een man kunnen ze behoorlijk zwaar wegen.
Je woorden kunnen bouwen en breken
Integriteit in onze woorden gaat trouwens verder dan liegen en beloften nakomen.
Het gaat ook over hoe we over anderen praten.
Wat zeg jij over iemand wanneer diegene niet aanwezig is?
Dat vind ik zelf ook een confronterende.
Want hoe makkelijk is het om mee te gaan in een gesprek? Iemand begint ergens over en voor je het weet voeg jij nog iets toe. Misschien is wat je zegt zelfs helemaal waar.
Maar moest het gezegd worden?
Draagt het ergens aan bij?
Zou je hetzelfde zeggen als die persoon naast je stond?
Spreuken 18:21 zegt:
“Dood en leven zijn in de macht van de tong.”
Onze woorden hebben kracht.
Je kunt iemand ermee optillen. Je kunt iemand ermee beschadigen. Je kunt vertrouwen opbouwen en je kunt het in een paar zinnen afbreken.
Dat geldt misschien nog wel sterker thuis.
Wat horen je vrouw en kinderen uit jouw mond?
Horen ze alleen correctie?
Horen ze irritatie?
Of horen ze ook dat je trots op ze bent? Dat je van ze houdt? Dat je ze ziet?
Als onze woorden werkelijk gewicht hebben, mogen we ze ook gebruiken om leven te spreken.
En wat als je woorden verkeerd waren?
Hier komt voor mij opnieuw een belangrijk onderdeel van integriteit terug.
We gaan fouten maken.
We zullen soms iets zeggen waar we later spijt van hebben. We zullen een belofte vergeten. We kunnen iemand kwetsen. We kunnen een verhaal verkeerd vertellen. Misschien betrappen we onszelf erop dat we onszelf beter hebben voorgedaan dan de werkelijkheid was.
Dan komt de vraag:
Wat doe je daarna?
Dat is dezelfde les die ik steeds opnieuw leer.
Een fout hoeft niet het einde van je integriteit te betekenen. Hoe je ermee omgaat, laat juist zien hoeveel waarde je aan integriteit hecht.
Ga terug.
Herstel wat je kunt herstellen.
Zeg dat het je spijt.
Vertel alsnog het hele verhaal.
En wanneer je iemand iets hebt beloofd en het niet bent nagekomen, verschuil je dan niet. Neem verantwoordelijkheid.
Spreuken 28:13, die we ook in het vorige deel tegenkwamen, blijft hierin ontzettend sterk:
“Wie zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn, maar wie ze belijdt en nalaat, die vindt ontferming.”
Dat is voor mij steeds meer de weg geworden.
Niet verbergen.
Open zijn.
Verantwoordelijkheid nemen.
En vervolgens weer verdergaan met Jezus.
Laat je ja echt ja zijn
Misschien hoeven we integriteit in onze woorden uiteindelijk helemaal niet ingewikkeld te maken.
Zeg wat je bedoelt.
Vertel de waarheid.
Beloof minder snel iets en doe vervolgens wat je hebt beloofd.
Praat over mensen op een manier waarop je ook zou praten wanneer ze erbij stonden.
En als je fout zit, wees dan bereid om erop terug te komen.
Ik geloof dat daar iets krachtigs vanuit gaat.
Zeker in een wereld waarin woorden soms zo weinig lijken te betekenen. We zeggen dingen snel. We sturen een berichtje. We beloven iets. We veranderen van mening. We verwijderen wat we gisteren online hebben gezet en gaan weer verder.
Als mannen die Jezus volgen mogen onze woorden ergens voor staan.
Mensen hoeven geen perfecte mannen in ons te zien. Ze mogen wel mannen ontmoeten van wie ze weten:
Zijn woord heeft waarde.
En misschien begint dat vandaag heel klein.
Bij dat ene gesprek dat je nog moet rechtzetten.
Bij die belofte waarvan je weet dat je haar bent vergeten.
Bij dat verhaal waarin je jezelf iets mooier hebt neergezet.
Bij iets wat je over iemand hebt gezegd en waarvan je achteraf weet dat het niet goed was.
Ga ermee naar Jezus. Wees eerlijk. Vraag Hem ook om je woorden te vormen.
En ga vervolgens, waar dat nodig is, naar die ander.
Ik wil zelf steeds meer zo'n man worden. Een man bij wie mijn woorden en mijn leven bij elkaar passen. Iemand bij wie ja werkelijk ja is en nee werkelijk nee. Iemand die eerlijk durft te zijn wanneer dat iets kost en die ook terug durft te komen wanneer zijn woorden verkeerd waren.
Want uiteindelijk vertellen onze woorden veel over wat er in ons hart leeft.
En wanneer Jezus steeds meer ruimte krijgt in ons hart, geloof ik dat dit ook hoorbaar wordt in wat uit onze mond komt.
Dat onze woorden betrouwbaar worden.
Dat ze leven brengen.
Dat mensen weten wat ze aan ons hebben.
En dat wanneer wij zeggen:
“Je kunt op mij rekenen.”
ze dat ook werkelijk kunnen.
Reacties laden...
Er zijn nog geen reacties geplaatst.